Schadeverzekeraars zetten steeds vaker kunstmatige intelligentie (AI) in om de premies te bepalen die mensen betalen. Daardoor ontstaan prijsverschillen die voor klanten nauwelijks te begrijpen zijn en die soms als oneerlijk of zelfs discriminerend worden ervaren. Computerwetenschapper en jurist Marvin van Bekkum van de Radboud Universiteit onderzocht hoe verzekeraars AI gebruiken en wat klanten daarvan vinden; daarvoor ondervroeg hij ongeveer duizend Nederlanders.
Voor dit soort gevallen introduceert Van Bekkum in zijn proefschrift de term oneerlijke differentiatie: prijsverschillen die juridisch zijn toegestaan, maar die consumenten toch als oneerlijk ervaren. De discriminatiewetgeving beschermt namelijk vooral tegen onderscheid op basis van etniciteit en geslacht; een huisnummer of opleidingsniveau is geen beschermd kenmerk.
Verzekeraars gebruiken al decennia statistiek om risico's in te schatten en zo de premie te bepalen, die immers de eventuele schade-uitkeringen moet dekken. Met de opkomst van AI en steeds grotere hoeveelheden data kan die risicoberekening echter veel verfijnder. Waar vroeger vooral naar postcode of type auto werd gekeken, herkennen moderne systemen veel subtielere patronen.
Zo bleek uit eerder onderzoek van de Consumentenbond dat het voor je autoverzekeringspremie kan uitmaken of je huisnummer een letter bevat. Waarom dat verschil wordt gemaakt is vaak onduidelijk; mogelijk wonen op zulke adressen vaker huurders of mensen met een lager inkomen. Over jouw eigen rijgedrag zegt dat natuurlijk niets.
Volgens Van Bekkum wringt daar precies het probleem: het gaat niet meer over jou als individu, maar over statistische patronen waar jij toevallig onder valt.
Een belangrijk aandachtspunt is de positie van mensen met lagere inkomens. Zij leven gemiddeld risicovollere levens - meer stress, minder buffers - waardoor juist zij hogere premies dreigen te betalen. Sociaaleconomische status is echter geen beschermd kenmerk in de discriminatiewetgeving.
Naarmate verzekeraars hun premies voor steeds kleinere groepen verfijnen, verdwijnt bovendien het idee dat mensen samen risico's dragen: de solidariteit die nu nog in het systeem zit. In het uiterste geval ontstaat bijna een premie per individu, en dan verdwijnt het idee van verzekeren - een collectieve pot voor toekomstige onzekerheden - eigenlijk helemaal.
Van Bekkum acht het niet ondenkbaar dat verzekeraars in de toekomst nog meer databronnen gebruiken, bijvoorbeeld berichten en foto's van sociale media. Technisch kan dat; de vraag is vooral of we dat als samenleving willen. Hij pleit daarom voor een breed maatschappelijk debat over welke vormen van segmentatie we acceptabel vinden en in hoeverre verzekeraars moeten uitleggen welke kenmerken ze gebruiken.
Dit bericht is gebaseerd op het onderzoek van Marvin van Bekkum (Radboud Universiteit), eerder besproken in het Algemeen Dagblad. Het volledige proefschrift staat in het Radboud Repository.
Publicatiedatum van dit bericht: 7 juni 2026.
AlleCijfers is gratis te gebruiken. Vind je de informatie waardevol? Help ons door een donatie te doen.
Elke bijdrage helpt om data actueel te houden en nieuwe inzichten toe te voegen.
Doneer en help meeOntvang een e-mail als de informatie is bijgewerkt. Maximaal 2 per jaar en niets anders dan dat.
InschrijvenVoeg AlleCijfers.nl toe als voorkeursbron in Google en je ziet ons vaker terug in je zoekresultaten.
Deel deze pagina
Vind je deze pagina interessant? Inspireer anderen via social media.