Definities en bronnen van alle onderwerpen bij de regionale cijfers.

Bekijk de definities van de meer dan 100 regionale onderwerpen. Op AlleCijfers.nl vind je héél véél informatie voor Nederland en per provincie, gemeente, woonplaats, wijk en buurt!
Bekijk de definities van de meer dan 100 regionale onderwerpen. Op AlleCijfers.nl vind je héél véél informatie voor Nederland en per provincie, gemeente, woonplaats, wijk en buurt!
Tabel met de definities van alle onderwerpen:

Bekijk de definities per onderwerp in onderstaande tabel:

OnderwerpDefinitieCategorie
RegiocodeUnieke code van de gemeente, wijk of buurt. Gemeentecode heeft 4 posities, voorafgegaan door GM. Wijkcode heeft 6 posities: gemeentecode (4) + wijkcode (2), voorafgegaan door WK. Buurtcode heeft 8 posities: gemeentecode (4) + wijkcode (2) + buurtcode (2), voorafgegaan door BU.Omgeving
RegionaamRegio: De gemeenten in Nederland zijn onderverdeeld in wijken en buurten. Buurten vormen het laagste regionale niveau. Wijken zijn optellingen van één of meer aaneengesloten buurten. De gemeente bepaalt zelf de indeling in wijken en buurten. Het CBS coördineert landelijk deze indeling. Wijk: Onderdeel van een gemeente waarin een bepaalde vorm van bodemgebruik of bebouwing overheerst. Bijvoorbeeld: industriegebied, woongebied met hoogbouw of laagbouw. Een wijk bestaat uit één of meerdere buurten. Buurt: Onderdeel van een gemeente, dat vanuit bebouwingsoogpunt of sociaaleconomische structuur homogeen is afgebakend. Homogeen wil zeggen dat één functie dominant is, bijvoorbeeld woonfunctie (woongebied), werkfunctie (industriegebied) of recreatieve functie (natuurgebied). Functies kunnen echter ook gemengd voorkomen.Omgeving
GemeentenaamGemeentenaam. De naam van de bestuurlijke gemeente. Deze naam volgt de officiële schrijfwijze.Omgeving
Soort regioSoort regio: Land, Provincie, Gemeente, Wijk of Buurt. Omgeving
SorteercodeDe sorteercode is toegevoegd om de regio's in de volgorde van groot naar klein te sorteren zodat buurten per wijk en wijken per gemeente getoond worden. De standaard regio codes van het CBS kunnen niet gebruikt worden om op te sorteren.Omgeving
InwonersDe bevolking van Nederland op 1 januari. In de bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente. In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont, opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente. Personen die tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente Den Haag.Bevolking
MannenAantal mannen. Aantal inwoners: Geslacht.Bevolking
VrouwenAantal vrouwen. Aantal inwoners: Geslacht.Bevolking
0 tot 15 jaarAantal inwoners dat op 1 januari 0 tot 15 jaar oud is. Aantal inwoners: Leeftijdsgroepen.Bevolking
15 tot 25 jaarAantal inwoners dat op 1 januari 15 tot 25 jaar oud is. Aantal inwoners: Leeftijdsgroepen.Bevolking
25 tot 45 jaarAantal inwoners dat op 1 januari 25 tot 45 jaar oud is. Aantal inwoners: Leeftijdsgroepen.Bevolking
45 tot 65 jaarAantal inwoners dat op 1 januari 45 tot 65 jaar oud is. Aantal inwoners: Leeftijdsgroepen.Bevolking
65 jaar of ouderAantal inwoners dat op 1 januari 65 jaar of ouder is. Aantal inwoners: Leeftijdsgroepen.Bevolking
OngehuwdHet aantal inwoners dat op 1 januari ongehuwd is. De burgerlijke staat ongehuwd geeft aan dat een persoon nog nooit een huwelijk heeft gesloten of een geregistreerd partnerschap is aangegaan. Aantal inwoners: Burgerlijke staat. Bevolking
GehuwdHet aantal inwoners dat op 1 januari gehuwd is. De burgerlijke staat gehuwd ontstaat na sluiting van een huwelijk of het aangaan van een geregistreerd partnerschap. Tot de gehuwden worden ook personen gerekend die gescheiden zijn van tafel en bed, want zij blijven formeel gehuwd. Aantal inwoners: Burgerlijke staat. Bevolking
GescheidenHet aantal inwoners dat op 1 januari gescheiden is. De burgerlijke staat gescheiden ontstaat na ontbinding van een huwelijk door echtscheiding of na ontbinding van een geregistreerd partnerschap anders dan door het overlijden van de partner. Personen die gescheiden zijn van tafel en bed worden tot de gehuwden gerekend. Aantal inwoners: Burgerlijke staat. Bevolking
VerweduwdHet aantal inwoners dat op 1 januari verweduwd is. De burgerlijke staat verweduwd ontstaat na ontbinding van een huwelijk of geregistreerd partnerschap door overlijden van de partner. Aantal inwoners: Burgerlijke staat. Bevolking
AutochtoonAutochtone inwoners zijn de 'inheemse' bevolking, in tegenstelling tot een allochtoon (inwoner met een migratie achtergrond) die permanent woonachtig is buiten het geboorteland of dat van recente voorouders. Het aantal inwoners totaal min het aantal inwoners met een migratie achtergrond. Aantal autochtonen.Migratie
Westers totaalTotaal aantal personen met een westerse migratie achtergrond. Dit zijn inwoners met als herkomstgroepering een van de landen in de werelddelen Europa (exclusief Turkije), Noord-Amerika en Oceanië of Indonesië of Japan. Op grond van hun sociaaleconomische en sociaal-culturele positie worden allochtonen uit Indonesië en Japan tot de westerse allochtonen gerekend. Het gaat vooral om mensen die in het voormalig Nederlands-Indië zijn geboren en werknemers van Japanse bedrijven met hun gezin. Aantal allochtonen: Westers. Definitie van een persoon met een migratieachtergrond (allochtonen): Een persoon van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren. Persoon met een eerste generatie migratieachtergrond: Persoon die in het buitenland is geboren met ten minste één in het buitenland geboren ouder. Persoon met een tweede generatie migratieachtergrond: Persoon die in Nederland is geboren met ten minste één in het buitenland geboren ouder. Bevolking
Niet-westers totaalTotaal aantal personen met een niet westerse migratie achtergrond. Dit zijn personen met als herkomstgroepering een van de landen in de werelddelen Afrika, Latijns-Amerika en Azië (exclusief Indonesië en Japan) of Turkije. Aantal allochtonen: Niet Westers. Migratie
MarokkoAantal inwoners met een Marokkaanse migratieachtergrond. Aantal allochtonen: Marakko. Migratie
Nederlandse Antillen en ArubaAantal inwoners met een migratieachtergrond uit de (voormalige) Nederlandse Antillen of Aruba. Dit betreft een samentelling van de eilanden die tot het grondgebied van de Nederlandse Antillen en Aruba van vóór 10 oktober 2010 behoorden. Het gaat om de eilanden Bonaire, Curaçao, Saba, Sint-Eustatius, Sint-Maarten en Aruba. Aantal allochtonen: Nederlandse Antillen En Aruba. Vanaf 10 oktober 2010 zijn de Nederlandse Antillen ontbonden. Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat dan uit vier landen: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Alle eilanden hebben een nieuwe status. Curaçao en Sint Maarten zijn nieuwe landen binnen het Koninkrijk. Met een 'Status aparte' binnen het Koninkrijk zijn Curaçao en Sint Maarten autonome landen. De landen hebben een zelfstandig bestuur en zijn niet meer afhankelijk van Nederland. De openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, ook wel Caribisch Nederland, hebben een diepere band met Nederland en functioneren als bijzondere gemeente van Nederland.Toelichting Kerncijfers wijken en buurten 2016 11 Op 1 januari 1986 werd Aruba afgescheiden van de Nederlandse Antillen. Sinds die datum is Aruba een nieuw land binnen het Koninkrijk de Nederlanden. Met een 'Status aparte' binnen het Koninkrijk is Aruba een autonoom land. Aruba heeft een zelfstandig bestuur en is niet meer afhankelijk van Nederland. Migratie
SurinameAantal inwoners met een Surinaamse migratieachtergrond. Aantal allochtonen: Suriname. Migratie
TurkijeAantal inwoners met een Turkse migratieachtergrond. Aantal allochtonen: Turkije. Migratie
Overig niet-westersAantal inwoners met een overig niet westerse achtergrond. Dit is gelijk aan het aantal totaal niet-westers minus Marokko, (voormalige) Nederlandse Antillen en Aruba, Suriname en Turkije. Aantal allochtonen: Overig Niet Westers. Migratie
Geboorte totaalHet aantal levendgeborenen van 1 januari tot en met 31 december van het betreffende jaar. Levendgeborenen zijn kinderen die na geboorte enig teken van leven hebben vertoond, ongeacht de zwangerschapsduur. Aantal geboorte totaal.Bevolking
Geboorte relatiefHet aantal levendgeborenen van 1 januari tot en met 31 december, per 1000 inwoners op 1 januari van het betreffende jaar. Aantal geboorte relatief. Het relatieve aantal geboorten kan hoger uitvallen dan verwacht op basis van het inwonertal. Het relatieve cijfer betreft namelijk het aantal geboorten gedurende het jaar ten opzichte van het aantal inwoners op 1 januari. In nieuwbouwwijken kan het aantal inwoners sterk groeien in een jaar. Zo kunnen er in 1 jaar 10 kinderen geboren worden in een wijk waarin op 1 januari slechts 10 inwoners wonen, maar aan het eind van het jaar bijvoorbeeld 200 inwoners.Bevolking
Sterfte totaalAlle overledenen van 1 januari tot en met 31 december van het betreffende jaar waarbij een bevoegde arts een overlijdensakte heeft ondertekend. Aantal sterfte totaal.Bevolking
Sterfte relatiefHet aantal overledenen van 1 januari tot en met 31 december, per 1000 inwoners op 1 januari van het betreffende jaar. Aantal sterfte relatief. Het relatieve aantal overledenen kan hoger uitvallen dan verwacht op basis van het inwonertal. Het relatieve cijfer betreft namelijk het aantal overledenen gedurende het jaar ten opzichte van het aantal inwoners op 1 januari. In een buurt met een verpleeghuis kunnen op 1 januari 100 mensen wonen, maar door overlijdensgevallen komen er steeds nieuwe inwoners (bewoners van het verpleeghuis). Zo kan het aantal overlijdensgevallen ook 100 zijn, terwijl er inmiddels al vele mensen in die buurt (of dat verpleeghuis) hebben gewoond.Bevolking
Huishoudens totaalTotaal particuliere huishoudens. Particuliere huishoudens bestaan uit één of meer personen die alleen of samen in een woonruimte zijn gehuisvest en zelf in hun dagelijks onderhoud voorzien. Naast eenpersoonshuishoudens onderscheiden we meerpersoonshuishoudens (niet-gehuwde paren, niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen, echtparen met kinderen, eenouderhuishoudens en overige huishoudens). De institutionele huishoudens worden hiertoe niet gerekend.Huishoudens
EenpersoonshuishoudensAantal eenpersoonshuishoudens. Een particulier huishouden bestaande uit één persoon.Huishoudens
Huishoudens zonder kinderenAantal huishoudens zonder kinderen. Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen bestaan uit niet-gehuwde paren zonder kinderen, echtparen zonder kinderen en overige huishoudens.Huishoudens
Huishoudens met kinderenAantal huishoudens met kinderen. Meerpersoonshuishoudens met kinderen bestaan uit niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen met kinderen en eenouderhuishoudens.Huishoudens
Gemiddelde huishoudensgrootteGemiddelde huishoudensgrootte. Dit gemiddelde is berekend als het aantal in particuliere huishoudens levende personen gedeeld door het aantal particuliere huishoudens.Huishoudens
BevolkingsdichtheidAantal inwoners per vierkante kilometer (km2). Het (niet afgeronde) aantal inwoners per km² land is bepaald door het (niet afgeronde) aantal inwoners op 1 januari te delen door de (niet afgeronde) landoppervlakte. De bevolkingsdichtheid is opgenomen indien er 10 of meer inwoners in de buurt voorkomen.Bevolking
WoningvoorraadHet totale aantal woningen op 1 januari van het desbetreffende jaar. Aantal woningen volgens de definitie van het CBS: een woning is een verblijfsobject met minimaal een woonfunctie en eventueel één of meer andere gebruiksfuncties.Woningen
Gemiddelde woningwaardeGemiddelde woningwaarde. De gemiddelde waarde onroerende zaken van woonobjecten gebaseerd op de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ-waarde). Voor de bepaling van de gemiddelde woningwaarde wordt alleen gebruik gemaakt van die WOZobjecten omschreven als woningen dienend tot hoofdverblijf (WOZ-objectcode 10) en woningen met praktijkruimte (WOZ-objectcode 11) met een waarde groter dan nul euro. De (voorlopig) gemiddelde woningwaarde wordt bepaald met de waardepeildatum van voorgaand jaar, bijvoorbeeld 2023: waardepeildatum 1 januari 2022. Wanneer de woningvoorraad kleiner is dan 20 woningen of het aantal WOZ-objecten kleiner is dan 50 wordt er geen WOZ-waarde opgenomen.Woningen
Percentage eengezinswoningPercentage eengezinswoning. Woningen naar type: Er worden twee typen woningen onderscheiden, eengezins en meergezins. Een woning heeft het type meergezins wanneer het samen met andere woningen of (bedrijfs)ruimten een geheel pand vormt. Hieronder vallen flats, galerij-, portiek-, beneden- en bovenwoningen, appartementen en woningen boven bedrijfsruimten, voorzover deze zijn voorzien van een buiten de bedrijfsruimte gelegen toegangsdeur. Alle overige woningen hebben het type eengezins. Het aantal eengezinswoningen is vermeld als percentage van de totale woningvoorraad en wordt alleen vermeld bij minimaal 20 woningen.Woningen
Percentage meergezinswoningPercentage meergezinswoning. Het aantal meergezinswoningen is vermeld als percentage van de totale woningvoorraad en wordt alleen vermeld bij minimaal 20 woningen.Woningen
Percentage bewoondPercentage bewoond. Woningen naar bewoning: Een woning is bewoond als er volgens de Basisregistratie Personen (BRP) op peildatum 1 januari minimaal 1 persoon stond ingeschreven op het bijbehorende adres. Alle overige woningen, die wel voor bewoning beschikbaar zijn, worden beschouwd als onbewoond. Het aantal bewoonde woningen is vermeld als percentage van de totale woningvoorraad en wordt alleen vermeld bij minimaal 20 woningen.Woningen
Percentage onbewoondPercentage onbewoond. Het aantal leegstaande woningen is vermeld als percentage van de totale woningvoorraad en wordt alleen vermeld bij minimaal 20 woningen. Niet-bewoonde woningen: Woningen waar op de peildatum 1 januari niemand stond ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP).Woningen
KoopwoningenPercentage koopwoningen. (let op: er bestaan ook velden met Koopwoning1 en Koopwoning2 maar die gaan over electriciteits en gasverbruik naar eigendom) Woningen naar eigendom: Informatie over huur- en koopwoningen wordt samengesteld uit een koppeling tussen verschillende bronnen. Woningen die eigendom zijn van de (toekomstige) bewoner(s) of in gebruik als tweede woning. Het aantal is vermeld als percentage van het totaal aantal woningen en vermeld bij 20 woningen of meer per buurt en wanneer het aandeel woningen met eigendom onbekend 50 procent of minder bedroeg.Woningen
Huurwoningen totaalPercentage huur woningen totaal. Woningen die niet bewoond worden door de eigenaar van de woning. Bij woningen waar geen bewoner geregistreerd is, gaat het om woningen waarvan het aannemelijk is dat de woning bestemd is voor de huurmarkt. Het aantal is vermeld als percentage van het totaal aantal woningen en vermeld bij 20 woningen of meer per buurt en wanneer het aandeel woningen met eigendom onbekend 50 procent of minder bedroeg.Woningen
In bezit woningcorporatiePercentage in bezit woningcorporatie. Huurwoningen in eigendom van 'toegelaten instellingen volkshuisvesting'. Het betreft het aantal huurwoningen waarvan is vastgesteld dat de eigenaar een toegelaten instelling is. Het betreft niet het aantal sociale huurwoningen, omdat er alleen is vastgesteld wie de eigenaar is en er niet is gekeken naar de hoogte van de huurprijs. Toegelaten instellingen: woningbouwvereniging, woningstichting, woningcorporatie. Sociale huurwoningen: woningen met een huur onder de liberalisatiegrens.Woningen
In bezit overige verhuurdersPercentage in bezit overige verhuurders. Een huurwoning in eigendom van onder andere bedrijven, particulieren en institutionele beleggers. Huurwoningen waarvan het eigendom wel kon worden vastgesteld maar de eigenaar niet vallen hier ook onder. Bedrijven: alle instellingen met een bedrijfsmatig karakter zoals bv's en nv's, zelfstandige ondernemers, makelaars en vastgoedhandelsmaatschappijen. Particulieren: alle natuurlijke personen. Institutionele beleggers: pensioenfondsen, beurs-, beleggings- en verzekeringsmaatschappijen.Woningen
Eigendom onbekendPercentage eigendom onbekend. Woningen waarvan het eigendom niet afgeleid kon worden op basis van diverse registraties zoals het WOZ-register, Personenregister en het woningbestand Kadaster.Woningen
Bouwjaar voor 2000Percentage bouwjaar voor 2000. Het bouwjaar is het jaar waarin een pand, waarin een woning zich bevindt, oorspronkelijk als bouwkundig gereed is of wordt opgeleverd. Indien in latere jaren wijzigingen aan een pand worden aangebracht, leidt dit niet tot wijziging van het bouwjaar. De bouwjaarklasse heeft hier twee waarden: 1) in of na het jaar 2000 gebouwd; 2) vóór het jaar 2000 gebouwd. Het aantal woningen met bouwjaar vóór 2000, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal woningen. Het percentage is vermeld bij 20 woningen of meer per buurt.Woningen
Bouwjaar vanaf 2000Percentage bouwjaar vanaf 2000. Het aantal woningen met bouwjaar 2000 of later, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal woningen. Het percentage is vermeld bij 20 woningen of meer per buurt.Woningen
Gemiddeld elektriciteitsverbruik totaalGemiddeld elektriciteitsverbruik totaal in kWh. Het gemiddeld elektriciteitsverbruik voor alle woningtypen samen. Het gemiddeld jaarverbruik voor elektriciteit op individuele aansluitingen van particuliere woningen, berekend uit gegevens van de aansluitingenregisters van de energienetbedrijven. Collectieve verbruiken van bijvoorbeeld liftinstallaties of hal-/galerijverlichting zijn hierbij niet inbegrepen. Het verbruik is exclusief elektriciteit die eventueel in de particuliere woningen zelf wordt opgewekt bijvoorbeeld door zonnepanelen. De cijfers zijn afgerond op vijftigtallen en worden vermeld bij 6 of meer (bewoonde) woningen per woningtype of type eigendom (huur- of koopwoning).Energie verbruik
Gemiddeld elektriciteitsverbruik appartementGemiddeld elektriciteitsverbruik totaal in kWh naar woningtype voor appartementen. De volgende typen worden onderscheiden: appartement, tussenwoning, hoekwoning, twee-onder- één-kap-woning en vrijstaande woning. De typering wordt bepaald door het Kadaster. Appartement: Een geheel van bij elkaar horende vertrekken als afzonderlijke woongelegenheid binnen een grotere woning waarbij de opdeling van het gebouw heeft plaatsgevonden volgens het appartementsrecht.Energie verbruik
Gemiddeld elektriciteitsverbruik tussenwoningGemiddeld elektriciteitsverbruik totaal in kWh naar woningtype voor tussenwoningen Woning die met meerdere woningen is verbonden en die daarmee eenzelfde doorlopende dakconstructie heeft.Energie verbruik
Gemiddeld elektriciteitsverbruik hoekwoningGemiddeld elektriciteitsverbruik totaal in kWh naar woningtype voor hoek woningen. Laatste van een serie rijtjeswoningen die aan één zijde is verbonden met een ander pand met adres.Energie verbruik
Gemiddeld elektriciteitsverbruik twee-onder-één-kap-woningGemiddeld elektriciteitsverbruik totaal in kWh naar woningtype voor twee onder een kap woningen. Woning die met een andere woning (niet zijnde een geschakelde woning) is verbonden en die daarmee eenzelfde doorlopende dakconstructie heeft.Energie verbruik
Gemiddeld elektriciteitsverbruik vrijstaande woningGemiddeld elektriciteitsverbruik totaal in kWh naar woningtype voor vrijstaande woningen. Woning waarvan het pand met verblijfsobject niet direct met een ander pand met verblijfsobject is verbonden.Energie verbruik
Gemiddeld elektriciteitsverbruik huurwoningGemiddeld elektriciteitsverbruik totaal in kWh naar eigendom voor huur woningen. De volgende typen eigendom worden onderscheiden: huur- of koopwoning. Deze informatie wordt samengesteld uit een koppeling tussen de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en het WOZ-register met een aanvulling uit het woningbestand van het Kadaster. Huurwoning: Woning waarvan geen van de bewoners de eigenaar is.Energie verbruik
Gemiddeld elektriciteitsverbruik eigen woningGemiddeld elektriciteitsverbruik totaal in kWh naar eigendom voor koop woningen. Woning waarvan minimaal één van de bewoners de eigenaar is.Energie verbruik
Gemiddeld aardgasverbruik totaalHet gemiddeld aardgasverbruik in m3 voor alle woningtypen samen. Het gemiddeld jaarverbruik voor aardgas van particuliere woningen berekend uit gegevens van de aansluitingenregisters van de energienetbedrijven. De berekening is inclusief woningen die zijn aangesloten op stadsverwarming. Deze woningen hebben een zeer laag of zelfs nulverbuik voor aardgas. Hierdoor valt in gebieden waar stadsverwarming aanwezig is het gemiddeld aardgasverbruik van woningen lager uit dan in gebieden zonder stadsverwarming. De cijfers zijn afgerond op vijftigtallen en worden vermeld bij 6 of meer (bewoonde) woningen per woningtype of type eigendom (huur- of koopwoning).Energie verbruik
Gemiddeld aardgasverbruik appartementGemiddeld aardgas verbruik totaal in m3 naar woningtype voor appartementen. Energie verbruik
Gemiddeld aardgasverbruik tussenwoningGemiddeld aardgas verbruik totaal in m3 naar woningtype voor tussenwoningen Energie verbruik
Gemiddeld aardgasverbruik hoekwoningGemiddeld aardgas verbruik totaal in m3 naar woningtype voor hoek woningen. Energie verbruik
Gemiddeld aardgasverbruik twee-onder-één-kap-woningGemiddeld aardgas verbruik totaal in m3 naar woningtype voor twee onder een kap woningen. Energie verbruik
Gemiddeld aardgasverbruik vrijstaande woningGemiddeld aardgas verbruik totaal in m3 naar woningtype voor vrijstaande woningen. Energie verbruik
Gemiddeld aardgasverbruik huurwoningGemiddeld aardgas verbruik totaal in m3 naar eigendom voor huur woningen. Energie verbruik
Gemiddeld aardgasverbruik eigen woningGemiddeld aardgas verbruik totaal in m3 naar eigendom voor koop woningen. Energie verbruik
Percentage woningen met stadsverwarmingPercentage woningen met stadsverwarming. Het percentage woningen dat is aangesloten op warmtedistributie (stadsverwarming). Warmtedistributie is een verwarmingssysteem waarbij de woningen in een wijk worden verwarmd via een ondergronds netwerk van warmwaterleidingen. In veel gevallen maakt warmtedistributie gebruik van restwarmte van bijvoorbeeld elektriciteitscentrales. Het aardgasverbruik van deze woningen is in veel gevallen zeer laag of zelfs nul. De hoeveelheid warmte die door aangesloten woningen in een jaar wordt afgenomen van de warmtedistributie is niet beschikbaar. Het percentage wordt vermeld bij 10 of meer (bewoonde) woningen.Energie verbruik
Opleidingsniveau laagHet aantal personen die op 1 oktober tussen de 15 en 75 jaar oud waren en waren ingeschreven in een Nederlandse gemeente, waarvan het hoogst behaalde onderwijsniveau laag onderwijs betreft. Laag onderwijs omvat onderwijs op het niveau van basisonderwijs, het vmbo, de eerste 3 leerjaren van havo/vwo en de entreeopleiding, de voormalige assistentenopleiding (mbo1), praktijkonderwijs. Het aantal laag, middelbaar en hoog opgeleiden per gemeente, wijk en buurt in Nederland. De gegevens hebben betrekking op alle personen die op 1 oktober in een Nederlandse gemeente waren ingeschreven en op dat moment behoorden tot de leeftijdscategorie 15 tot 75 jaar, afgerond op tientallen. De gepresenteerde cijfers kunnen licht afwijken van de som van de gegevens op onderliggende regionale niveaus. Dit heeft te maken met afronding evenals met de toegepaste schattingsmethode. Buurten / wijken met minder dan 30 inwoners worden onderdrukt. Het kan voorkomen dat extra buurten / wijken worden onderdrukt i.v.m. risico op indirecte onthulling of groepsonthulling. Bevolking
Opleidingsniveau middelbaarHet aantal personen die op 1 oktober tussen de 15 en 75 jaar oud waren en waren ingeschreven in een Nederlandse gemeente, waarvan het hoogstbehaalde onderwijsniveau middelbaar onderwijs betreft. Middelbaar onderwijs omvat de bovenbouw van havo/vwo, de basisberoepsopleiding (mbo2), de vakopleiding (mbo3) en de middenkader- en specialistenopleidingen (mbo4). Bevolking
Opleidingsniveau hoogHet aantal personen die op 1 oktober tussen de 15 en 75 jaar oud waren en waren ingeschreven in een Nederlandse gemeente, waarvan het hoogstbehaalde onderwijsniveau hoog onderwijs betreft. Hoog onderwijs omvat onderwijs op het niveau van hbo of wo. Bevolking
Netto arbeidsparticipatieHet aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en niet-beroepsbevolking). Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Deze variabelen geven per gemeente, wijk en buurt inzicht in de netto arbeidsparticipatie en het percentage werknemers en zelfstandigen. De netto arbeidsparticipatie is vermeld als percentage van het totaal aantal personen van 15 tot 75 jaar en vermeld bij minimaal 150 inwoners in een buurt.Inkomen
Percentage werknemersEen persoon die in een arbeidsovereenkomst afspraken met een economische eenheid maakt om arbeid te verrichten waartegenover een financiële beloning staat. Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed. Het percentage werknemers is vermeld bij minimaal 150 werkenden (van 15 tot 75 jaar) in een buurt.Inkomen
Percentage zelfstandigen Een persoon die voor eigen rekening of risico arbeid verricht - in een eigen bedrijf of praktijk (zelfstandig ondernemer), - als directeur-grootaandeelhouder (dga), - in het bedrijf of de praktijk van een gezinslid (meewerkend gezinslid), of - als overige zelfstandige. Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed. Het percentage zelfstandigen is vermeld bij minimaal 150 werkenden (van 15 tot 75 jaar) in een buurt.Inkomen
Aantal inkomensontvangersAantal inkomensontvangers: aantal personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens. De cijfers zijn afgerond op honderdtallen. Informatie over het persoonlijk inkomen van personen in particuliere huishoudens waarvan het inkomen bekend is en het inkomen van particuliere huishoudens met een bekend inkomen. De gegevens komen uit het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) van het voorgaande jaar. Het Regionaal Inkomensonderzoek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (Basisregistratie personen). De Basisregistratie personen is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn: - inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet. - asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen. Inkomen van personen: de doelpopulatie bestaat uit personen in particuliere huishoudens. De inkomensgegevens zijn gebaseerd op het persoonlijk inkomen. Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon: - inkomen uit arbeid; - inkomen uit eigen onderneming; - uitkering inkomensverzekeringen; - uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).Inkomen
Gemiddeld inkomen per inkomensontvangerGemiddeld inkomen per inkomensontvanger. Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met persoonlijk inkomen die deel uitmaken van particuliere huishoudens. De gegevens zijn beschikbaar voor regio's met minimaal 100 personen in particuliere huishoudens.Inkomen
Gemiddeld inkomen per inwonerGemiddeld inkomen per inwoner. Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van de totale bevolking in particuliere huishoudens. De gegevens zijn beschikbaar voor regio's met minimaal 100 personen in particuliere huishoudens.Inkomen
40% personen met laagste inkomen40% personen met laagste inkomen. Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% met laagste persoonlijk inkomen. Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen. De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent personen met het laagste persoonlijk inkomen gerekend. Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag). Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.Inkomen
20% personen met hoogste inkomen20% personen met hoogste inkomen. Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% met hoogste persoonlijk inkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent personen met het hoogste persoonlijk inkomen gerekend.Inkomen
Actieven 15-75 jaarPercentage actieven qua inkomen met een leeftijd van 15 tot 75 jaar. Het aandeel personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishuishoudens met als persoonlijke voornaamste inkomensbron inkomen uit arbeid of inkomen uit eigen onderneming, uitgedrukt in hele procenten van het totale aantal personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishoudens. Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishoudens.Inkomen
40% huishoudens met laagste inkomen40% huishoudens met laagste inkomen. Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% huishoudens met laagste huishoudensinkomen. Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen. De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent huishoudens met het laagste besteedbaar inkomen gerekend. Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio. Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met: - betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e); - premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden; - premies ziektekostenverzekeringen; - belastingen op inkomen en vermogen.Inkomen
20% huishoudens met hoogste inkomen20% huishoudens met hoogste inkomen. Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% huishoudens met hoogste huishoudensinkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen gerekend. Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.Inkomen
Huishoudens met een laag inkomenPercentage huishoudens met een laag inkomen Bij de bepaling van laag inkomen is van de particuliere huishoudens een aantal groepen niet meegenomen. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) het gehele jaar inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering. Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, wordt het inkomen van een huishouden omgerekend tot het gestandaardiseerde inkomen (exclusief eventueel ontvangen huurtoeslag). Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9249 euro. Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979 toen deze op zijn hoogst was. Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens behorende tot de doelpopulatie per regio.Inkomen
Huishoudens onder of rond sociaal minimumPercentage huishoudens onder of rond het sociaal minimum. Bij de bepaling van het sociaal minimum is van de particuliere huishoudens een aantal groepen niet meegenomen. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) het gehele jaar inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering. Het sociaal minimum is het wettelijk bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Om te kunnen beoordelen hoe het inkomen zich verhoudt tot het minimum, is aan de hand van de regelgeving vastgesteld welke norm voor het desbetreffende huishouden van toepassing is. De norm voor een (echt)paar met uitsluitend minderjarige kinderen is bijvoorbeeld gelijkgesteld aan de bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de (leeftijdsafhankelijke) kinderbijslag. Bij 65-plussers is het bedrag aan AOW-pensioen als norm gekozen. Het waargenomen inkomen van huishoudens, die uitsluitend op een bijstandsuitkering zijn aangewezen, wijkt in veel gevallen in geringe mate af van de vastgestelde normbedragen. Zouden de normbedragen als inkomensgrens worden gehanteerd, dan valt een deel van deze huishoudens met hun inkomen net boven het sociale minimum. Daarom is niet 100%, maar 101% van het sociaal minimum als inkomensgrens gehanteerd. Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens behorende tot de doelpopulatie per regio.Inkomen
Huishoudens tot 110% van sociaal minimumPercentage huishoudens tot 110% van sociaal minimum Het besteedbaar huishoudensinkomen exclusief gebonden uitkeringen is lager dan 110 procent van het sociaal minimum. Het sociaal minimum is het wettelijk bestaansminimum dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Tot aan de pensioengerechtigde leeftijd is het sociaal minimum gelijk aan de hoogte van de bijstandsuitkering en vanaf de pensioengerechtigde leeftijd is het ontleend aan het AOW-pensioen. Voor huishoudens met kinderen zijn de kinderbijslag en het kindgebonden budget aan het normbedrag toegevoegd.Inkomen
Huishoudens tot 120% van sociaal minimumPercentage huishoudens tot 120% van sociaal minimum Het besteedbaar huishoudensinkomen exclusief gebonden uitkeringen is lager dan 120 procent van het sociaal minimum. Inkomen
Mediaan vermogen van particuliere huishoudensMediaan vermogen van particuliere huishoudens De mediaan is het middelste getal wanneer alle getallen van laag naar hoog worden gesorteerd. Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.Inkomen
Personen per soort uitkering; BijstandAantal personen die een bijstandsuitkering ontvangen. Sociale zekerheid: Informatie per gemeente, wijk en buurt over het aantal personen dat een uitkering ontvangt op grond van arbeidsongeschiktheid, bijstand, werkloosheid en AOW. Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee uitkeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)) of twee uitkeringen van verschillende soort (zoals een uitkering op grond van de Werkloosheidswet en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld, in het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de categorie personen met een uitkering (totaal) wordt de persoon uiteraard ook maar één keer geteld. Personen die een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, tot 1 januari 2015) of de Participatiewet (vanaf 1 januari 2015) ontvangen. Het gaat in deze tabel om algemeen periodieke uitkeringen aan thuiswonende personen tot de AOWleeftijd. Wet werk en bijstand (WWB) Wettelijke sociale voorziening die op 1 januari 2004 in werking is getreden ter vervanging van de Algemene bijstandswet (Abw), de Wet inschakeling werkzoekenden (WIW) en het Besluit In- en Doorstroombanen (ID-banen). De WWB was tot 1 januari 2015 de wet die in Nederland de ondersteuning bij arbeidsinschakeling en bijstand regelde voor mensen die weinig of geen ander inkomen (waaronder andere uitkeringen) hebben en ook weinig of geen vermogen. De wet is per 1 januari 2015 gewijzigd en heet sindsdien Participatiewet. Participatiewet De Participatiewet vervangt sinds 1 januari 2015 de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet Sociale Werkvoorziening (WsW) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong).Toelichting Kerncijfers wijken en buurten 2016 19 De wet regelt in Nederland de ondersteuning bij arbeidsinschakeling en het verlenen van bijstand door gemeenten voor mensen die weinig of geen ander inkomen (waaronder andere uitkeringen) hebben en ook weinig of geen vermogen. Werk gaat voor inkomen: oogmerk van de wet is om mensen met of zonder arbeidsbeperking op de kortste weg naar betaald werk te kunnen zetten. De gemeenten voeren de wet uit en bepalen, binnen de wettelijke grenzen, hun eigen beleid. De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop recht is ontstaan op het basispensioen van de Rijksoverheid op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Tot 1 januari 2013 was de AOW-leeftijd 65 jaar. Vanaf die datum gaat de AOW-leeftijd jaarlijks met één of meerdere maanden omhoog. Zo was de AOW-leeftijd in 2013 65 jaar en één maand, in 2014 was die leeftijd 65 jaar en twee maanden. De AOW-leeftijd wordt vanaf 2016 in stappen van 3 maanden verhoogd en vanaf 2018 in stappen van 4 maanden. Daarmee wordt de AOW-leeftijd 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021. Vanaf 2022 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.Inkomen
Personen per soort uitkering; AOAantal personen die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen. Personen die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), de Wet werk en Inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong). Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) Wet die als doel heeft om personen in loondienst te verzekeren van een loonvervangende uitkering bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) Een verplichte verzekering voor zelfstandigen, beroepsbeoefenaren, directeuren-grootaandeelhouders en meewerkende echtgenoten tegen de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid. De WAZ is met ingang van 1 augustus 2004 geblokkeerd. Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) Wettelijke voorziening in de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid van mensen die geen aanspraak kunnen maken op de WAO/WIA omdat er geen arbeidsverleden is opgebouwd. Dit zijn mensen die arbeidsongeschikt zijn voor de dag dat zij 17 jaar worden of na hun 17e jaar arbeidsongeschikt worden en een opleiding of studie volgen. Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong) Met ingang van 1 januari 2010 is de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong) in werking getreden. In tegenstelling tot de 'oude' Wajong hebben jongeren met een ziekte of handicap in de eerste plaats recht op hulp bij het vinden en houden van werk. Daaraan gekoppeld kunnen ze een inkomensondersteuning krijgen. De 'oude' Wajong blijft gelden voor jongeren die voor 1 januari 2010 een uitkering hebben aangevraagd. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) De wet geeft werknemers die na een wachttijd van twee jaar nog minstens 35 procent arbeidsongeschikt zijn, recht op een uitkering. De wet is zo opgezet dat een persoon gestimuleerd wordt om naar vermogen te werken. De WIA kent twee regelingen: de regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA) en de regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA). De IVA regelt een loonvervangende uitkering voor werknemers die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn. De WGA regelt een aanvulling op het met arbeid verdiende inkomen of een minimumuitkering als men niet of onvoldoende werkt.Inkomen
Personen per soort uitkering; WWAantal personen die een uitkering ontvangen op grond van de Werkloosheidswet (WW). Werkloosheidswet (WW) De wet heeft tot doel werknemers te verzekeren tegen de financiële gevolgen van werkloosheid. De wet voorziet in een uitkering die gerelateerd is aan het laatstverdiende inkomen uit dienstbetrekking. De duur van de uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden van de verzekerde. Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) beoordeelt of men voor een WW-uitkering in aanmerking komt.Inkomen
Personen per soort uitkering; AOWAantal personen die een basispensioen van de Rijksoverheid ontvangen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Algemene Ouderdomswet (AOW): De AOW is een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte verzekering die personen met de AOW-gerechtigde leeftijd een in komen garandeert. In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is dit een volksverzekering. In principe is iedereen die nog niet de AOW-gerechtige leeftijd heeft bereikt en in Nederland woont, verzekerd voor de AOW. Ook degenen die niet in Nederland wonen, maar in Nederland in dienstbetrekking arbeid verrichten waarover loonbelasting wordt betaald, zijn verzekerd. Voor perioden die men in het buitenland woont, kan men zich verzekeren tegen verlies van aanspraak op een AOW-uitkering. Een uitkering kan, binnen het kader van de wet Beperking export uitkeringen (wet BEU), naar het buitenland worden overgemaakt. De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop recht is ontstaan op het basispensioen van de Rijksoverheid op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Tot 1 januari 2013 was de AOW-leeftijd 65 jaar. Vanaf die datum gaat de AOW-leeftijd jaarlijks met één of meerdere maanden omhoog. Zo was de AOW-leeftijd in 2013 65 jaar en één maand, in 2014 was die leeftijd 65 jaar en twee maanden. De AOW-leeftijd wordt vanaf 2016 in stappen van 3 maanden verhoogd en vanaf 2018 in stappen van 4 maanden. Daarmee wordt de AOW-leeftijd 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021. Vanaf 2022 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachtingInkomen
Jongeren met jeugdzorg in naturaAantal personen tot 23 jaar die op enig moment in de verslagperiode gebruik gemaakt hebben van jeugdhulp in natura, jeugdbescherming of jeugdreclassering. Jeugdhulp in natura wordt direct vergoed aan de zorgverlener zonder tussenkomst van de zorggebruiker. In het kader van de jeugdzorg betekent dit dat de hulp rechtstreeks door de gemeente wordt vergoed. Jeugdhulp bekostigd via PGB is hier dus van uitgesloten. Persoonsgebonden budget (PGB) is een geldbedrag waarmee de zorggebruiker zelf zorg, begeleiding, hulp, hulpmiddelen of voorzieningen in kan kopen. Deze wordt verstrekt via de Sociale verzekeringsbank (SVB) maar is ook afkomstig van de gemeente. Jeugdhulp is hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet (2014). Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders. Jeugdhulp omvat zowel lichte jeugd- en opvoedhulp, jeugd geestelijke gezondheidszorg en zorg voor licht verstandelijk beperkte jongeren. Er zijn ambulante vormen van jeugdhulp (die door het wijkteam of door een jeugdhulpaanbieder kunnen worden geleverd) en vormen van jeugdhulp met verblijf (zoals pleegzorg, gesloten plaatsing en residentiële jeugdhulp). Jeugdhulp kan zowel gericht zijn op behandelen als op begeleiden. Jeugdbescherming is een maatregel die de rechter dwingend oplegt. Het doel van de kinderbeschermingsmaatregelen is het opheffen van de bedreiging voor de veiligheid en ontwikkeling van het kind. Een kind of jongere wordt dan 'onder toezicht gesteld' of ‘onder voogdij geplaatst’. Jeugdreclassering is een combinatie van begeleiding en controle voor jongeren vanaf 12 jaar, die voor hun 18e verjaardag met de politie of leerplichtambtenaar in aanraking zijn geweest en een proces-verbaal hebben gekregen. Indien de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder de overtreding of het misdrijf is begaan daartoe aanleiding geven, bijvoorbeeld bij jongvolwassenen met een verstandelijke beperking, kan het jeugdstrafrecht eveneens worden toegepast op jongvolwassenen in de leeftijd 18 tot en met 22 jaar. De jongere krijgt op maat gesneden begeleiding van een jeugdreclasseringswerker om te voorkomen dat hij of zij opnieuw de fout ingaat. Jeugdreclassering kan worden opgelegd door de kinderrechter of de officier van Justitie. Jeugdreclassering kan ook op initiatief van de Raad voor de Kinderbescherming in het vrijwillige kader worden opgestart. De indeling naar gemeente en wijk is gebaseerd op het adres van de gezagsdrager van de jongere. Er is uitgegaan van het woonplaatsbeginsel zoals dat is toegepast in de Jeugdwet die vanaf 2015 in werking is getreden. Wanneer het adres gedurende de verslagperiode is gewijzigd krijgt de jongere in deze tabel het meest recente adres toegewezen. Voor sommige jongeren is alleen de gemeente volgens woonplaatsbeginsel bekend, maar niet het specifieke adres. In deze gevallen wordt de jongere wel meegeteld in het totaal voor de gemeente, maar niet in één van de onderliggende wijken. Hierdoor kan het voorkomen dat de cijfers van de wijken binnen een gemeente niet optellen tot het totaal van de gemeente.Bevolking
Percentage jongeren met jeugdzorgPercentage van personen tot 23 jaar die op enig moment in de verslagperiode gebruik gemaakt hebben van jeugdhulp, jeugdbescherming of jeugdreclassering. Bevolking
WMO cliëntenAantal personen dat ten minste één maatwerkarrangement in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) heeft gehad. Deze cijfers zijn samengesteld op basis van gegevens die gemeenten aan CBS hebben geleverd in het kader van de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein. Maatwerkarrangement Ondersteuning binnen het kader van de Wmo2015 geleverd in de vorm van een product of dienst die is afgestemd op de wensen, persoonskenmerken mogelijkheden en behoeften van een individu. Wmo2015 Wet maatschappelijke ondersteuning zoals ingegaan op 1 januari 2015. Deze wet stelt gemeenten verantwoordelijk voor het ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen. Regio Alleen de gegevens van gemeenten die aangeleverd hebben en die toestemming hebben gegeven voor publicatie worden gepubliceerd. Gemeenten kunnen daarbij apart toestemming geven voor de basisvariabelen Wmo en de facultatieve variabelen Wmo. Als gemeenten herlevering doen over eerdere verslagperioden, is de toestemming voor publicatie zoals die bij de herlevering is gegeven, leidend. De cijfers over het totaal aantal cliënten in Nederland zijn geschat met een regressiemodel op de data van de deelnemende gemeenten. Voor meer informatie over deze methode wordt verwezen naar de onderzoeksbeschrijving Gemeentelijke monitor sociaal domein, Wmo.Bevolking
WMO cliënten relatiefHet aantal Wmo-cliënten per 1000 inwoners dat ten minste één maatwerkarrangement in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) heeft gehad. De relatieve cijfers zijn berekend na het afronden van de absolute cijfers.Bevolking
Bedrijfsvestigingen totaalAantal bedrijfsvestigingen naar activiteit op 1 januari (SBI 2008), exclusief bedrijfsvestigingen in de sectoren overheid, onderwijs en zorg. Gegevens over het aantal vestigingen van bedrijven naar economische activiteit, gebaseerd op de Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008). SBI 2008 is de Nederlandse hiërarchische indeling van economische activiteiten die door het CBS wordt gebruikt om bedrijfseenheden in te delen naar hun hoofdactiviteit. De SBI 2008 is de versie die vanaf 2008 gebruikt wordt. In deze gegevens wordt de hoofdactiviteit (SBI) van de vestiging gebruikt. Niet iedere vestiging van een bedrijf houdt zich bezig met de hoofdactiviteit (SBI) van het bedrijf als geheel. Om te weten welke activiteiten worden uitgevoerd in een regio is de hoofdactiviteit (SBI) van de vestiging gebruikt. In data zijn de vestigingen (naast de totalen) ook naar de volgende zeven sectoren onderverdeeld: A Landbouw, bosbouw en visserij B-F Nijverheid en energie G+I Handel en horeca H+J Vervoer, informatie en communicatie K-L Financiële diensten, onroerend goed M-N Zakelijke dienstverlening R-U Cultuur, recreatie, overige diensten De sectoren overheid, onderwijs en zorg zijn niet opgenomen vanwege de onbetrouwbaarheid van deze gegevens. De 7 sectoren van het SBI waarnaar de aantallen vestigingen worden onderverdeeld is een combinatie van de hoofdactiviteiten die het CBS gebruikt. Bijvoorbeeld: De definitie van de sector met "Handel en horeca als hoofd activiteit" is die van de onderdelen G+I Handel en horeca uit de SBI . Dat betekent: I Logies-, maaltijd- en drankverstrekking 55 Logiesverstrekking 56 Eet- en drinkgelegenheden in combinatie met G Groot- en detailhandel; reparatie van auto’s 45 Handel in en reparatie van auto's, motorfietsen en aanhangers 46 Groothandel en handelsbemiddeling (niet in auto's en motorfietsen) 47 Detailhandel (niet in auto's). Zoek eventueel op "De structuur van de SBI 2008 - versie 2018" en bezoek de site van het CBS voor de volledige informatie. De vestigingen zijn ingedeeld naar de gemeentelijke indeling per 1 januari van het verslagjaar, naar wijken en naar buurten. Vestiging: Elke afzonderlijk gelegen ruimte, terrein of complex van ruimten of terreinen, benut door een bedrijf voor uitoefening van de activiteiten. Ieder bedrijf bestaat uit ten minste één vestiging. Meerdere locaties van een bedrijf binnen één postcodegebied worden als één vestiging beschouwd. Het aantal vestigingen is afgerond op een veelvoud van vijf. In geval van afrondingen kan het voorkomen, dat de totalen niet precies overeenstemmen met de som der opgetelde getallen. In geval de wijk of buurt van het bedrijf onbekend is, wordt dit bedrijf alleen op gemeentelijk niveau meegeteld. De onderverdeling naar sectoren is alleen vermeld bij 20 of meer bedrijven per buurt. Bedrijven
A Landbouw, bosbouw en visserijAantal bedrijfsvestigingen met Landbouw, bosbouw en visserij als hoofd activiteit. Bedrijven
B-F Nijverheid en energieAantal bedrijfsvestigingen met Nijverheid en energie als hoofd activiteit. Bedrijven
G+I Handel en horecaAantal bedrijfsvestigingen met Handel en horeca als hoofd activiteit. Bedrijven
H+J Vervoer, informatie en communicatieAantal bedrijfsvestigingen met Vervoer, informatie en communicatie als hoofd activiteit. Bedrijven
K-L Financiële diensten, onroerend goedAantal bedrijfsvestigingen met Financiële diensten, onroerend goed als hoofd activiteit. Bedrijven
M-N Zakelijke dienstverleningAantal bedrijfsvestigingen met Zakelijke dienstverlening als hoofd activiteit. Bedrijven
O-Q Overheid, onderwijs en zorgAantal bedrijfsvestigingen actief in de sectoren Overheid, Onderwijs en Zorg. Bedrijven
R-U Cultuur, recreatie, overige dienstenAantal bedrijfsvestigingen met Cultuur, recreatie, overige diensten als hoofd activiteit. Bedrijven
Personenauto's totaalAantal personenauto's totaal. De motorvoertuigen betreffen personenauto's, bedrijfsauto’s en motortweewielers op 1 januari. Aanhangwagens en opleggers zijn niet meegerekend. De gegevens zijn ontleend aan de Statistiek van de Motorvoertuigen. Deze gegevens zijn gebaseerd op de kentekenregistratie van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). Met behulp van deze registratie zijn tellingen gemaakt van alle voertuigen met actuele, houderschapsplichtige kentekens die op 1 januari in het kentekenbestand voorkomen. Het aantal geregistreerde motorvoertuigen is inclusief voertuigen van lease- en verhuurbedrijven. Deze motorvoertuigen staan geregistreerd op het adres van het lease- of verhuurbedrijf. De motorvoertuigen die staan ingeschreven op postbusadressen zijn niet meegeteld bij de aantallen van de wijken en buurten, maar wel in de gemeentelijke totalen. De wijken en buurten tellen daarom niet altijd op tot gemeenten. De gemeentelijke totalen komen overeen met de Regionale Kerncijfers Nederland. Personenauto: Motorvoertuig voor personenvervoer over de weg, exclusief brom- en motorfietsen, met maximaal negen zitplaatsen (met inbegrip van de bestuurdersplaats). Hieronder vallen personenauto's, bestelwagens ontworpen voor en voornamelijk gebruikt voor het vervoer van reizigers, taxi's, huurauto's, ziekenwagens en campers. Lichte wegvoertuigen voor goederenvervoer over de weg, touringcars, autobussen en minibussen vallen hier niet onder. Het begrip personenauto omvat ook taxi's en huurauto's met minder dan tien zitplaatsen. Vanaf 1 mei 2009 worden campers gekentekend als personenauto of als bus afhankelijk van het aantal zitplaatsen. Vóór die datum zijn campers geregistreerd als speciale voertuigen.Vervoer
Personenauto's; brandstof benzineAantal personenauto's rijdend op benzine. Vervoer
Personenauto's; overige brandstofAantal personenauto's met overige brandstof. Hieronder vallen: diesel, LPG, elektriciteit (incl. Hybride), waterstof, alcohol, LNG en CNG.Vervoer
Personenauto's per huishoudenAantal personenauto's per (particulier) huishouden. De personenauto's worden regionaal ingedeeld met behulp van de kentekenregistratie. Personenauto's die geregistreerd staan op het adres van het lease- of verhuurbedrijf vertekenen daarom de autodichtheid per huishouden. Het aantal personenauto's per huishouden is vermeld bij minimaal 50 huishoudens en bij een waarde van maximaal 2,5 personenauto’s per huishouden.Vervoer
Personenauto's naar oppervlakteAantal personenauto's naar oppervlakte per km2 Het aantal personenauto's per km² land.Vervoer
MotorfietsenAantal motorfietsen. Motorfiets: Voertuig voor het wegverkeer op twee, drie of vier wielen met een onbeladen gewicht van maximaal 400 kg. Dergelijke motorvoertuigen met een cilinderinhoud van meer dan 50 cm³ vallen hieronder, alsook motorvoertuigen met een cilinderinhoud van minder dan 50 cm³ die niet aan de definitie van bromfiets beantwoorden.Vervoer
Oppervlakte totaalDe totale oppervlakte als de som van de oppervlakten water en land in hele hectaren (ha.) Voor de bepaling van oppervlaktecijfers is voor de gemeentegrenzen gebruik gemaakt van het digitale gemeentegrenzenbestand van het Kadaster en voor de wijk- en buurtgrenzen binnen de gemeenten van het digitale wijk- en buurtgrenzenbestand van het CBS. Het bestand Burgerlijke gemeentegrenzen van het Kadaster wordt gebruikt als basis voor de gemeentegrenzen. Vanwege kleine grensverschillen tussen beide gemeentegrenzen-bestanden zullen daarom kleine afwijkingen in oppervlakte voor bijna alle gemeenten gerapporteerd worden, ook voor gemeenten waarvan de gemeentegrenzen niet officieel gewijzigd zijn. Met totale oppervlakte per gemeente wordt de oppervlakte inclusief het gemeentelijk ingedeeld buitenwater bedoeld. Bij oppervlaktecijfers over wijken en buurten is de oppervlakte land en water opgenomen exclusief buitenwater. Door dit laatste kan de optelling van de wijken of buurten verschillen met de gepubliceerde totalen per gemeente. Deze verschillen doen zich vooral voor bij kustgemeenten.Omgeving
Oppervlakte landAantal oppervlakte land in hele hectaren (ha.). De oppervlakte land is bepaald door het meest recente digitale bestand Bodemgebruik te combineren met het digitale bestand van gemeente-, wijk- en buurtgrenzen. De oppervlakte land wordt uitgedrukt in hele hectaren (ha.).Omgeving
Oppervlakte waterAantal oppervlaktewater in hele hectaren (ha.). Oppervlakte water omvat zowel binnen- als buitenwater. Tot binnenwater wordt gerekend alle water niet onderhevig aan getijden en breder dan 6 meter, zoals het IJsselmeer, Markermeer, Randmeren, sloten, rivieren, kanalen en dergelijke. Onder het buitenwater valt alle water onderhevig aan getijden, zoals de Waddenzee, Oosterschelde, Westerschelde en het gemeentelijk ingedeelde gedeelte van de Noordzee. De oppervlakte water is bepaald door het meest recente digitale bestand Bodemgebruik te combineren met het digitale bestand van gemeente-, wijk- en buurtgrenzen. Het buitenwater is alleen op gemeenteniveau vermeld, water per wijk of buurt bestaat alleen uit binnenwater. De oppervlakte water wordt uitgedrukt in hele hectaren (ha.).Omgeving
Meest voorkomende postcodeAantal meestvoorkomendepostcode. Meest voorkomende numerieke postcode in een buurt, op grond van het aantal adressen in het Geografisch Basisregister (GBR, definitieve versie) per 1 januari.Omgeving
DekkingspercentageCode voor het dekkingspercentage van de postcode. Indicatie (in zes klassen) van het percentage adressen in een buurt met de meest voorkomende postcode. Dit percentage is ontleend aan het Geografisch Basisregister (GBR, definitieve versie). De volgende klassenindeling is gehanteerd: 1: > 90% van de adressen heeft dezelfde vermelde numerieke postcode; 2: 81-90% van de adressen heeft dezelfde vermelde numerieke postcode; 3: 71-80% van de adressen heeft dezelfde vermelde numerieke postcode; 4: 61-70% van de adressen heeft dezelfde vermelde numerieke postcode; 5: 51-60% van de adressen heeft dezelfde vermelde numerieke postcode; 6: 50% of minder van de adressen heeft dezelfde vermelde numerieke postcode.Omgeving
Mate van stedelijkheidCode voor de mate van stedelijkheid. Op grond van de omgevingsadressendichtheid is aan iedere buurt, wijk of gemeente een stedelijkheidsklasse toegekend. De volgende klassenindeling is gehanteerd: 1: zeer sterk stedelijk >= 2 500 adressen per km² 2: sterk stedelijk 1 500 - 2 500 adressen per km² 3: matig stedelijk 1 000 - 1 500 adressen per km² 4: weinig stedelijk 500 - 1 000 adressen per km² 5: niet stedelijk < 500 adressen per km²Omgeving
OmgevingsadressendichtheidOmgevingsadressen dichtheid per vierkante kilometer (km2). De omgevingsadressendichtheid (OAD) van een buurt, wijk of gemeente is het gemiddeld aantal adressen per vierkante kilometer binnen een cirkel met een straal van één kilometer op 1 januari. De OAD beoogt de mate van concentratie van menselijke activiteiten (wonen, werken, schoolgaan, winkelen, uitgaan etc.) weer te geven. Het CBS gebruikt de OAD om de stedelijkheid van een bepaald gebied te bepalen. Voor de berekening hiervan wordt eerst voor ieder adres de OAD vastgesteld. Daarna is het gemiddelde berekend van de omgevingsadressendichtheden van alle afzonderlijke adressen binnen het beschouwde gebied. De adressen zijn afkomstig uit het Geografisch Basisregister van het betreffende jaar (definitieve versie). Dit register bevat alle adressen van Nederland die zijn voorzien van een postcode, gemeentecode en wijk- en buurtcode. De gemeentelijke OAD in deze publicatie wijkt af van de gemeentelijke OAD in de Regionale Kerncijfers Nederland (RKN). In deze laatste publicatie wordt de OAD berekend zonder gegevens over de nieuwe adressen van het betreffende kalenderjaar. Het gemeentelijk cijfer van de OAD in deze publicatie komt overeen met de definitieve OAD in de publicatie Maatstaven ruimtelijke gegevens Financiële verhoudingswet (Fvw)Omgeving
Adressen met postcodeHet aantal adressen waarbij een postcode bekend is per regio. Adresgegevens obv de BAG (de Basisregistratie Adressen en Gebouwen van het Kadaster). De BAG bevat de officiële gegevens van alle adressen en gebouwen in Nederland. In de BAG zijn, naast alle adressen, alle panden, verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen geregistreerd. Deze ‘objecttypen’ zijn afgebakend en voorzien van een unieke aanduiding. Adressen worden toegekend aan adresseerbare objecten uit de Basisregistratie Gebouwen: verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen. De definitie van adres: Door het bevoegde gemeentelijke orgaan aan een verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats toegekende benaming, bestaande uit een combinatie van de naam van een openbare ruimte, een nummeraanduiding en de naam van een woonplaats.Omgeving
Adressen totaalHet totaal aantal adressen per regio. Dit zijn zowel adressen met postcode als adressen zonder postcode. Niet ieder adres heeft een postcode: Postcodes worden in principe vooral toegewezen aan adressen met een pand waar daadwerkelijk post bezorgd kan worden. Naast garages zijn bijvoorbeeld tranformatorhuisjes panden met een huisnummer, maar zonder postcode. De officiële publicatie van het Convenant inzake Postcodes zoals gepubliceerd in de Staatscourant op 20 februari 2014 vermeldt de volgende uitgangspunten met betrekking tot postcodes: Gezien het belang van de postcode in het maatschappelijk verkeer is het noodzakelijk dat voor alle Adresseerbare Objecten waar natuurlijke of niet-natuurlijke personen kunnen verblijven (wonen / werken / verblijven / gevestigd zijn), en waaraan gemeenten conform de wet / regelgeving van de BAG een adres toekennen, een postcode beschikbaar is en toegekend wordt. Hiermee wordt erkend dat de postcode een dubbele functie in zich heeft: namelijk de functie van postbezorging als de functie voor publieke en private dienstverlening.Omgeving
Adressen met woonfunctieHet aantal adressen waarbij een postcode bekend en waarbij het verblijfsobject op het adres een woonfunctie heeft. Een onderdeel van de BAG registratie vormen de gebruiksdoelen van het verblijfsobject. Per object in de BAG registratie is het gebruiksdoel vastgelegd. Een woning heeft bijvoorbeeld als gebruiksdoel de “Woonfunctie”. Het komt ook voor dat aan één object verschillende gebruiksdoelen worden toegekend. Als de woning bijvoorbeeld ook als kantoor wordt gebruikt dan zal het gebruiksdoel voor dat object “Woonfunctie en Kantoorfunctie” zijn.Omgeving
PandenHet aantal unieke identiticaties van panden per regio. In de BAG wordt een pand gedefinieerd als de "kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is".Omgeving
PercelenHet aantal unieke identiticaties van percelen per regio. Kadastrale percelen zijn gebieden die worden bepaald door kadastrale registers of een equivalent daarvan. De gegevens over percelen komen uit de Basisregistratie Kadaster (BRK).Omgeving
Panden voor 1700Panden uit de oudste bouwperiode van voor 1700. Het aantal panden per bouwperiode en per regio is berekend op basis van het bouwjaar per pand in de BAG data van het Kadaster.Omgeving
Panden 1700 tot 1900Panden uit de bouwperiode van 1700 tot 1900. Omgeving
Panden 1900 tot 1925Panden uit de bouwperiode van 1900 tot 1925. Omgeving
Panden 1925 tot 1950Panden uit de bouwperiode van 1925 tot 1950. Omgeving
Panden 1950 tot 1970Panden uit de bouwperiode van 1950 tot 1970. Omgeving
Panden 1970 tot 1980Panden uit de bouwperiode van 1970 tot 1980. Omgeving
Panden 1980 tot 1990Panden uit de bouwperiode van 1980 tot 1990. Omgeving
Panden 1990 tot 2000Panden uit de bouwperiode van 1990 tot 2000. Omgeving
Panden 2000 tot 2010Panden uit de bouwperiode van 2000 tot 2010. Omgeving
Panden 2010 en laterPanden uit de bouwperiode van 2010 en later. Omgeving
Panden 2010 tot 2020Panden uit de bouwperiode van 2010 tot 2020. Omgeving
Panden 2020 en laterPanden uit de bouwperiode van 2020 en later. Omgeving
Energielabels DefinitiefHet aantal definitieve energielabels op basis van de data van het RVO. Energie verbruik
Energielabels VoorlopigHet aantal adressen waarvoor geen definitief energielabel bekend is maar nog wel een voorlopig energielabel op basis van de oude RVO data. Tot augustus 2020 werd voor woningen zonder definitief energielabel een voorlopig label berekend. Wanneer geen definitief energielabel bekend is maar wel een voorlopig label dan wordt dat gebruikt. Energie verbruik
Energielabels OnbepaaldHet aantal adressen zonder energielabel. Er is (nog) geen definitief energielabel bekend en er is ook geen voorlopig energielabel bekend.Energie verbruik
Energielabels A+++++Het aantal A+++++ energielabels in een gebied. Energie verbruik
Energielabels A++++Het aantal A++++ energielabels in een gebied. Energie verbruik
Energielabels A+++Het aantal A+++ energielabels in een gebied. Energie verbruik
Energielabels A++Het aantal A++ energielabels in een gebied. Energie verbruik
Energielabels A+Het aantal A+ energielabels in een gebied. Energie verbruik
Energielabels AHet aantal A energielabels in een gebied. Energie verbruik
Energielabels BHet aantal B energielabels in een gebied. Energie verbruik
Energielabels CHet aantal C energielabels in een gebied. Energie verbruik
Energielabels DHet aantal D energielabels in een gebied. Energie verbruik
Energielabels EHet aantal E energielabels in een gebied. Energie verbruik
Energielabels FHet aantal F energielabels in een gebied. Energie verbruik
Energielabels GHet aantal G energielabels in een gebied. Energie verbruik
DiefstalDiefstallen Cijfers over misdrijven die door de politie zijn geregistreerd, per type misdrijf uitgedrukt in aantallen per gebied. De cijfers zijn uitgesplitst naar gemeente van plegen, wijk en buurt. Misdrijven waarvan de pleeglocatie niet aan een buurt is toe te kennen, zijn niet meegeteld.Omgeving
Geweld en seksmisdrijvenGeweld en seksmisdrijven Omgeving
Milieu overtredingenMilieu overtredingen Omgeving
OplichtingOplichting Omgeving
VerkeersovertredingenVerkeersovertredingen Omgeving
VernielingVernieling Omgeving
Overige misdrijvenOverige misdrijven Omgeving
Totaal misdrijvenTotaal misdrijven Omgeving
Huisartsenpraktijk afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde huisartsenpraktijk, berekend over de weg. Nabijheid voorzieningen
Huisartsenpraktijken binnen 1 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Huisartsenpraktijken binnen 3 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Huisartsenpraktijken binnen 5 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Huisartsenpost afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde huisartsenpost, berekend over de weg. De afstand van een woonadres tot een van de huisartsenposten in een cluster van wisseldiensten is het gemiddelde van de afstanden tot alle huisartsenposten binnen dat cluster. Huisartsenpost: Plaats waar huisartsen uit de regio de avond-, nacht- en weekenddiensten verzorgen. Voor een aantal huisartsenposten geldt een wisseldienst.Nabijheid voorzieningen
Apotheek afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde apotheek, berekend over de weg. Apotheek, inclusief apotheekhoudende huisarts.Nabijheid voorzieningen
Ziekenhuis met poli afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde ziekenhuis met poli, berekend over de weg. Nabijheid voorzieningen
Ziekenhuizen met poli binnen 5 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Ziekenhuizen met poli binnen 10 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Ziekenhuizen met poli binnen 20 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Ziekenhuis afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde ziekenhuis, berekend over de weg. Nabijheid voorzieningen
Ziekenhuizen binnen 5 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Ziekenhuizen binnen 10 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Ziekenhuizen binnen 20 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Consultatiebureau afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde consultatiebureau, berekend over de weg. Dagrecreatief terrein: Terrein in gebruik voor dagrecreatie zoals dierentuinen, jachthavens, kinderboerderijen, openluchtmusea, picknickplaatsen en speelweiden (buiten park en plantsoen) en pretparken.Nabijheid voorzieningen
Fysiotherapeut afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde fysiotherapeutenpraktijk, berekend over de weg. Nabijheid voorzieningen
Fysiotherapeuten binnen 1 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Fysiotherapeuten binnen 3 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Fysiotherapeuten binnen 5 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Grote supermarkt afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde grote supermarkt, berekend over de weg. Grote supermarkt: Winkel met meerdere soorten dagelijkse artikelen en een minimale oppervlakte van 150 m2.Nabijheid voorzieningen
Grote supermarkten binnen 1 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Grote supermarkten binnen 3 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Grote supermarkten binnen 5 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Overige dagelijkse levensmiddelen afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde overige winkels voor dagelijkse levensmiddelen, berekend over de weg. Overige winkels voor dagelijkse levensmiddelen: Groenteboer, bakker, vlaaienwinkel, toko, chocoladewinkel, koffie/theewinkel, delicatessenwinkel, kaaswinkel, mini supermarkt, notenwinkel, poelier, reformwinkel, slagerij, slijterij, tabakswinkel, visboer, zoetwarenwinkel, nachtwinkel, diepvriesartikelenwinkel, wijnwinkel en ziekenhuiswinkel.Nabijheid voorzieningen
Overige dagelijkse levensmiddelen binnen 1 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Overige dagelijkse levensmiddelen binnen 3 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Overige dagelijkse levensmiddelen binnen 5 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Warenhuis afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde warenhuis, berekend over de weg. Warenhuis: Winkels waar 50 of meer personen werkzaam zijn, en die voldoen aan de volgende criteria: - de verkochte producten behoren tot acht of meer branches, waarbij elke branche een omzetaandeel heeft van meer dan 5 procent; - geen enkele klasse heeft een omzetaandeel van 50 procent of meer; - voedings- en genotmiddelen hebben een omzetaandeel van minder dan 50 procent.Nabijheid voorzieningen
Warenhuizen binnen 5 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Warenhuizen binnen 10 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Warenhuizen binnen 20 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Café afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde café e.d., berekend over de weg. Nabijheid voorzieningen
Cafés binnen 1 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Cafés binnen 3 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Cafés binnen 5 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Cafetaria afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde cafetaria e.d., berekend over de weg. Nabijheid voorzieningen
Cafetaria binnen 1 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Cafetaria binnen 3 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Cafetaria binnen 5 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Restaurant afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde restaurant, berekend over de weg. Nabijheid voorzieningen
Restaurants binnen 1 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Restaurants binnen 3 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Restaurants binnen 5 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Hotel afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde hotel e.d., berekend over de weg. Nabijheid voorzieningen
Hotels binnen 5 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Hotels binnen 10 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Hotels binnen 20 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Kinderdagverblijf afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde kinderdagverblijf, berekend over de weg. Kinderdagverblijf: Plaats waar kinderen van 0 tot 4 jaar gedurende één of meer dagdelen per week het hele jaar door worden opgevangen. Er kan voor meer dan 5 uur per dag van het kinderdagverblijf gebruik gemaakt worden en voor maximaal 10 dagdelen per week.Nabijheid voorzieningen
Kinderdagverblijven binnen 1 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Kinderdagverblijven binnen 3 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Kinderdagverblijven binnen 5 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Buitenschoolseopvang afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde buitenschoolse opvang, berekend over de weg. Nabijheid voorzieningen
Buitenschoolseopvang binnen 1 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Buitenschoolseopvang binnen 3 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Buitenschoolseopvang binnen 5 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Basisonderwijs afstandBasisonderwijs. De gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde school, berekend over de weg. Nabijheid voorzieningen
Basisonderwijs binnen 1 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Basisonderwijs binnen 3 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Basisonderwijs binnen 5 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Voortgezet onderwijs totaal afstandVoortgezet onderwijs totaal. De gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde school, berekend over de weg. Nabijheid voorzieningen
Voortgezet onderwijs totaal binnen 3 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Voortgezet onderwijs totaal binnen 5 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Voortgezet onderwijs totaal binnen 10 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Voortgezet onderwijs VMBO afstandVMBO. De gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde school, berekend over de weg. Nabijheid voorzieningen
Voortgezet onderwijs VMBO binnen 3 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Voortgezet onderwijs VMBO binnen 5 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Voortgezet onderwijs VMBO binnen 10 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Voortgezet onderwijs HAVO VWO afstandHAVO / VWO. De gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde school, berekend over de weg. Nabijheid voorzieningen
Voortgezet onderwijs HAVO VWO binnen 3 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Voortgezet onderwijs HAVO VWO binnen 5 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Voortgezet onderwijs HAVO VWO binnen 10 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Openbaar groen totaal afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde openbaar groen, berekend over de weg. Nabijheid voorzieningen
Park of plantsoen afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde park of plantsoen, berekend over de weg. Park of plantsoen: Terrein in gebruik voor ontspanning zoals ligweiden, heesterbeplantingen, beboste delen van parken en forse groenstroken. Nabijheid voorzieningen
Dagrecreatief terrein afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde dagrecreatief terrein, berekend over de weg. Dagrecreatief terrein: Terrein in gebruik voor dagrecreatie zoals dierentuinen, jachthavens, kinderboerderijen, openluchtmusea, picknickplaatsen en speelweiden (buiten park en plantsoen) en pretparken.Nabijheid voorzieningen
Bos afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde bos, berekend over de weg. Bos: Terrein begroeid met bomen bestemd voor houtproductie en/of natuurbeheer.Nabijheid voorzieningen
Open natuurlijk terrein totaal afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde open natuurlijk terrein, berekend over de weg. Nabijheid voorzieningen
Open droog natuurlijk terrein afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde droog open natuurlijk terrein, berekend over de weg. Open droog natuurlijk terrein: Terrein met een droge ondergrond in gebruik als natuur, zoals droge heide, duinen, zandverstuivingen en strand.Nabijheid voorzieningen
Open nat natuurlijk terrein afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde nat open natuurlijk terrein, berekend over de weg. Open nat natuurlijk terrein: Terrein met een natte ondergrond in gebruik als natuur, zoals natte heide, riet en biezen, kwelders, drooggevallen gronden zonder begroeiing en blauwgrasland.Nabijheid voorzieningen
Semi-openbaar groen totaal afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde semi-openbaar groen, berekend over de weg. Nabijheid voorzieningen
Sportterrein afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde sportterrein, berekend over de weg. Sportterrein: Terrein in gebruik voor sportactiviteiten, zoals sportveld, sporthal, zwembad, kunstijsbaan, motorcrossbaan en bos in het sportterrein, inclusief bijbehorende parkeerplaatsen en tribunes. Het terrein heeft een omvang van minimaal 0,5 hectare.Nabijheid voorzieningen
Volkstuin afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde volkstuin, berekend over de weg. Volkstuin: Terrein voor niet-commerciële sier- en groenteteelt. Het terrein heeft een omvang van minimaal 0,1 hectare.Nabijheid voorzieningen
Verblijfsrecreatief terrein afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde terrein voor verblijfsrecreatie, berekend over de weg. Verblijfsrecreatief terrein: Terrein in gebruik voor een meerdaags recreatief verblijf, zoals camping, bungalowparken, jeugdherbergen en bijbehorende parkeerplaatsen. Het terrein heeft een omvang van minimaal 1 hectare.Nabijheid voorzieningen
Begraafplaats afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde begraafplaats, berekend over de weg. Begraafplaats: Terrein in gebruik voor begraven en cremeren, inclusief bijbehorende parkeerplaatsen en parken. Het terrein heeft een omvang van minimaal 0,1 hectare.Nabijheid voorzieningen
Recreatief binnenwater afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde recreatief binnenwater, berekend over de weg. Recreatief binnenwater: Binnenwater in gebruik voor recreatie, zoals recreatieplassen, water in park en plantsoen, golfterrein, jachthavens en roeibanen. Het terrein heeft een omvang van minimaal 1 hectare. Alleen voor jachthavens geldt een ondergrens van 0,5 hectare voor het watergedeelte.Nabijheid voorzieningen
Oprit hoofdverkeersweg afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde oprit van een rijks- of provinciale weg, berekend over de weg. Toegang tot een rijks- of provinciale weg. Als uitgangspunt voor de opritten is het Nationale Wegenbestand (een product van Adviesdienst Verkeer en Vervoer van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu) gebruikt.Nabijheid voorzieningen
Treinstation afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde treinstation, berekend over de weg. Nabijheid voorzieningen
Belangrijk overstapstation afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde belangrijke overstapstation, berekend over de weg. Treinstations van grote omvang of met belangrijke overstapmogelijkheden.Nabijheid voorzieningen
Bibliotheek afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde bibliotheek, berekend over de weg. Bibliotheken, hun vestigingen en servicepunten. De miniservicepunten, zelfbedieningsbibliotheken en de bibliobussen zijn niet opgenomen. Een vestiging voldoet aan de volgende criteria: minimaal 15 uur per week open, digitale toegang tot de gehele collectie en activiteitenaanbod, vraagbemiddeling, culturele/literaire activiteiten, aanbod voor scholieren/instellingen passend bij de keuzes die gemaakt zijn in het spreidings- en- marketingbeleid en studiemogelijkheden. Een servicepunt biedt minimaal het volgende dienstverleningsniveau: is minimaal 4 uur per week open, biedt digitale toegang tot het totale activiteitenaanbod en voorziet in vraagbemiddeling (zowel persoonlijk als via internet).Nabijheid voorzieningen
Zwembad afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde zwembad, berekend over de weg. Nabijheid voorzieningen
Kunstijsbaan afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde kunstijsbaan, berekend over de weg. Kunstijsbaan: Schaatsbaan van kunstijs die tijdens het winterseizoen toegankelijk is.Nabijheid voorzieningen
Museum afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde museum, berekend over de weg. Nabijheid voorzieningen
Musea binnen 5 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Musea binnen 10 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Musea binnen 20 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Podiumkunsten afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde locatie van podiumkunst, berekend over de weg. Nabijheid voorzieningen
Podiumkunsten binnen 5 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Podiumkunsten binnen 10 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Podiumkunsten binnen 20 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Poppodium afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde poppodium, berekend over de weg. Nabijheid voorzieningen
Bioscoop afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde bioscoop, berekend over de weg. Nabijheid voorzieningen
Bioscopen binnen 5 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Bioscopen binnen 10 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Bioscopen binnen 20 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Sauna afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde sauna, berekend over de weg. Nabijheid voorzieningen
Zonnebank afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde zonnebank, berekend over de weg. Nabijheid voorzieningen
Attractie afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde attractie, berekend over de weg. Attractie: Pretpark, dierentuin en binnenspeeltuin.Nabijheid voorzieningen
Attracties binnen 10 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Attracties binnen 20 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Attracties binnen 50 km Het gemiddeld aantal locaties binnen een vaste afstand over de weg voor alle inwoners van een gebied.Nabijheid voorzieningen
Brandweerkazerne afstandDe gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde brandweerkazerne, berekend over de weg. Brandweerkazerne, exclusief locaties van blusboten.Nabijheid voorzieningen
Achtergrond informatie bij de tabel:

Achtergrond informatie bij de tabel, tabelgebruik, gebruikte open data bronnen, regionale indelingen in Nederland en meer:

Tabelgebruik:

  • Zoek in de tabel met het zoekveld rechts bovenin de tabel. De rijen van de tabel worden hiermee gefilterd zodat alleen rijen waar de zoekterm in voorkomt getoond worden.
  • Sorteer de inhoud van de tabel door op de kolomtitels te klikken.
  • Blader door de tabel met de knoppen rechtsonder de tabel.
  • Verschuif de tabel horizontaal om alle kolommen te zien (de 1e kolom blijft vast in beeld staan).

Meer informatie over de regionale onderwerpen:

Wat is de bron van alle informatie?

Veel van de gegevens komen uit de kerncijfers voor wijken en buurten van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Daarnaast zijn diverse andere bronnen gebruikt. Zie bovenstaande opsomming en het overzicht van gebruikte bronnen.

Cijfers voor gemeenten, wijken en buurten

Op AlleCijfers.nl vind je héél véél informatie per gebied rond diverse thema’s. Zoals bevolking, bijvoorbeeld de verdeling naar leeftijdsgroepen, gezinssamenstelling, geslacht, autochtoon of Nederlands met een immigratie achtergrond,…, omgeving: landgebruik, afstand tot voorzieningen, woningen (aantallen, types, prijs ontwikkeling, gebruik, type eigendom,…), economie (inkomen van de inwoners, aantal bedrijfsvestigingen naar type) en diverse andere thema’s zoals autobezit en energieverbruik.

Het onderzoek levert meerdere keren per jaar nieuwe cijfers over demografische en sociaal-economische onderwerpen uitgesplitst naar gemeenten, wijken en buurten. Hierdoor is sommige informatie op AlleCijfers van het afgelopen jaar terwijl andere onderdelen wellicht nog een jaar ouder zijn. De informatie over wijken en buurten is heel breed. De onderwerpen zijn: bevolking, wonen, energie, onderwijs, arbeid, inkomen, sociale zekerheid, bedrijven, motorvoertuigen, voorzieningen, oppervlakte en bodemgebruik.

De cijfers zijn beschikbaar op gemeente-, wijk- en buurtniveau. De gemeenten zijn onderverdeeld in wijken en buurten. Elke gemeente heeft minimaal één wijk en elke wijk is weer opgebouwd uit minimaal één buurt.

De cijfers per gemeente, wijk of buurt gebruikt om de gegevens voor Nederland, per provincie en per woonplaats te bepalen.

Op deze pagina van het CBS vind je alle informatie en de links naar de publicaties door het CBS. Het CBS stelt de gegevens als open data beschikbaar voor publicatie door derden zoals AlleCijfers. Bekijk hier alle pagina’s met cijfers per gemeente, wijk of buurt!

Wie bepaalt de indeling van gemeenten in wijken en buurten?

De gemeenten in Nederland hebben hun onderverdeling in wijken en buurten zelf bepaald. Het CBS coördineert landelijk deze indeling. Soms wordt een dorp als wijk gedefinieerd (zoals bijvoorbeeld Riel, Riel is een dorp in de gemeente Goirle en staat als wijk op AlleCijfers.nl). Soms wordt een dorp als buurt gedefinieerd (zoals bijvoorbeeld het dorp Oosterend in de gemeente Texel, zie deze pagina op buurt niveau).

Buurten vormen het laagste regionale niveau. Wijken zijn optellingen van één of meer aaneengesloten buurten. Een wijk is vaak een onderdeel van de gemeente waarin een bepaalde vorm van bodemgebruik of bebouwing overheerst. Bijvoorbeeld: industriegebied, woongebied met hoogbouw of laagbouw. Een buurt is vaak een onderdeel van de gemeente dat vanuit bebouwingsoogpunt of sociaaleconomische structuur homogeen is afgebakend. Homogeen wil zeggen dat één functie dominant is, bijvoorbeeldwoonfunctie (woongebied), werkfunctie (industriegebied) of recreatieve functie (natuurgebied). Functies kunnen echter ook gemengd voorkomen.

Bronnen
Buurten in Nederland met de statistieken van het aantal inwoners per buurt.

Buurten in Nederland met de statistieken van het aantal inwoners per buurt.

Interessant? Blijf op de hoogte!

Ontvang een e-mail als de informatie is bijgewerkt. Maximaal 2 per jaar en niets anders dan dat.

Inschrijven
Bedankje voor "alle cijfers"

Jouw steun in de vorm van een donatie (bijvoorbeeld voor een kopje koffie) of het verder bekend maken van AlleCijfers door deze pagina met anderen te delen is van harte welkom!

Inspireer anderen en deel deze pagina!:

Facebook logo

LinkedIn logo

Twitter logo